Pompen
Niet iedere pomp verplaatst water onder dezelfde omstandigheden
Een pomp verplaatst vloeistof door een drukverschil op te bouwen tussen de aanzuig- en perszijde. Hoewel dit werkingsprincipe bij alle pompen hetzelfde is, verschillen de omstandigheden waarin water wordt verpompt aanzienlijk. Water kan afkomstig zijn uit een regenton, bron, kelder, bouwput, vijver of sloot en kan schoon of juist vervuild zijn. Daarnaast verschillen de gewenste waterdruk, de transportafstand en de hoeveelheid water die moet worden verpompt. Daarom zijn pompen ontwikkeld in uiteenlopende uitvoeringen die ieder zijn afgestemd op een specifieke toepassing.
Waarom bestaan verschillende soorten pompen?
De manier waarop water wordt gewonnen, verplaatst of afgevoerd bepaalt welk pomptype geschikt is. Besproeiingspompen zijn ontwikkeld om schoon water onder druk beschikbaar te maken voor beregening. Hydrofoorpompen houden de waterdruk binnen een leidingsysteem constant, terwijl regentonpompen opgeslagen regenwater geschikt maken voor tuinbewatering. Dieptebronpompen zijn ontworpen om water uit grotere dieptes op te pompen. Voor het afvoeren van water uit kelders, bouwputten, vijvers en andere laaggelegen ruimtes worden dompel- en vuilwaterpompen toegepast.
Opvoerhoogte en wateropbrengst bepalen samen de prestaties
De prestaties van een pomp worden nooit door één eigenschap bepaald. De opvoerhoogte geeft aan hoeveel druk de pomp kan opbouwen om water omhoog of over grotere afstanden te transporteren, terwijl de wateropbrengst aangeeft hoeveel vloeistof per tijdseenheid wordt verpompt. Beide eigenschappen beïnvloeden elkaar, waardoor een pomp met een hoge wateropbrengst niet automatisch geschikt is voor grote opvoerhoogtes. De juiste combinatie wordt bepaald door de toepassing waarvoor de pomp is ontwikkeld.
Aanzuighoogte en opvoerhoogte zijn niet hetzelfde
Bij pompen die boven het waterniveau worden geplaatst speelt ook de aanzuighoogte een belangrijke rol. Deze geeft aan vanaf welke diepte water nog kan worden aangezogen, terwijl de opvoerhoogte betrekking heeft op de afstand waarover het water vervolgens kan worden verpompt. Bij dompelpompen bevindt de pomp zich juist in het water, waardoor de aanzuighoogte geen beperkende factor vormt. Het onderscheid tussen beide eigenschappen bepaalt mede welk pomptype geschikt is voor een bepaalde situatie.
De samenstelling van het water bepaalt de pompconstructie
Niet alleen de hoeveelheid water, maar ook de samenstelling ervan beïnvloedt de constructie van een pomp. Pompen voor schoon water zijn ontworpen voor vloeistoffen zonder vaste bestanddelen, terwijl vuilwaterpompen beschikken over een grotere vrije doorlaat en een waaierconstructie die geschikt is voor water met verontreinigingen of zwevende delen. Daarnaast verschillen pompen onder meer in afdichting, materiaalkeuze, koeling en de manier waarop zij boven of onder het waterniveau worden geplaatst.
Watertransport binnen tuin-, terrein- en bouwonderhoud
Pompen worden toegepast voor beregening, drainage, waterafvoer en watervoorziening bij uiteenlopende werkzaamheden in tuin-, terrein- en bouwonderhoud. Afhankelijk van de toepassing worden zij gecombineerd met slangen, koppelingen, filters en andere toebehoren voor tuinpompen. Voor het verdelen van opgepompt water over gazons, borders en beplanting zijn daarnaast ook bewaterings- en sproeisystemen beschikbaar.











